Jorinde

Jongerenwerker, rustig, creatief en droomt van een grote boekenkast

Als klein meisje vond ik het heerlijk om met kleding en met mijn haar bezig te zijn. Mijn moeder vertelde me eens dat ik als driejarige ooit een sjaal om mijn hoofd bond en daar de hele dag mee rondliep. Zelfs naar de supermarkt wilde ik de sjaal niet afdoen. Ook niet toen mijn moeder me voorzichtig waarschuwde dat mensen me misschien een beetje gek aan zouden kijken. Ik moest en zou die sjaal omhouden.

In de jaren erna had ik dan ook al heel veel met mijn haar gedaan: stekeltjes, geverfd, een kuif en zelfs een hanenkam. Ik vond het wel grappig: zo’n klein, verlegen meisje, dat opviel met haar haar. Tussen al die meiden met lang haar, vond ik het leuk om anders te zijn.

Tot ik 15 jaar werd en echt om me heen ging kijken en opeens bang werd om wat anderen van mij zouden vinden. Zo fietste ik een keer naar school en werd ik uitgescholden door een meisje dat ik niet kende: ‘ik moest niet zo stoer doen met m’n haar.’ Ik wist dat ik mij hier niets van aan moest trekken en aan de buitenkant liet ik niets merken. Maar van binnen begon ik langzaamaan te twijfelen of het wel zo leuk was om anders te zijn. Was het niet handiger om wat minder op te vallen en er zo helemaal bij te horen? Dus besloot ik mijn haar te laten groeien en ik paste mijn kleding langzaam maar zeker aan.

Ik probeerde minder op te vallen, maar had stiekem weleens heimwee naar die gekke kapsels.
Later heb ik, toen ik op een kunstschool zat, mijn haar weer aan één kant afgeknipt. Toch blijf ik het soms moeilijk vinden. Wat vinden anderen van mijn uiterlijk en kom ik wel goed over?

Ik vind het leuk als mensen een beetje anders zijn en lekker doen wat bij hen past. En beetje bij beetje lukt dat mij ook steeds meer.